Brononderzoek: wat is het? Wat is het doel en wat zijn de vereisten? (door Dr. Jo Maebe)

  • 11 mei 2021

Brononderzoek zet in op het terugvinden van de bron van de besmetting bij een nieuwe indexpatiënt (IP). Het focust op de contacten van de IP in de periode van 3 tot 10 dagen vóór de eigen symptomen of de positieve test. Deze tijdspanne hangt samen met de incubatieperiode van het virus. 


Dit brononderzoek kan bijdragen, naast andere maatregelen, om de epidemie te vertragen of onder controle te houden. 


Het doel van dat onderzoek heeft twee onderdelen:

  • Beter inzicht en begrijpen van de omstandigheden waarin de besmetting wordt doorgegeven. Hieruit kunnen maatregelen volgen om herhalingen van hetzelfde type uitbraak te voorkomen. Intussen kunnen we spreken van enkele klassieke situaties op de werkvloer, waar we het contact zeker kunnen vermijden: onveilige werk of koffiepauzes (inclusief rookpauze); nuttigen maaltijden tezamen met collega’s; teveel personen actief in kleine, zwak geventileerde ruimtes. 
     
  • Het identificeren van de originele bronpersoon (of de erdoor besmette andere persoon die mogelijks geen symptomen heeft en ongemerkt blijft) zodat ook andere personen die recent contact hadden met die (vermoedelijke) bronnen gewaarschuwd worden en adequaat getest. 
    Vb. risico contact van de bronpersoon met o.a. iemand actief in onderwijs.  

     

Om een brononderzoek degelijk te kunnen uitvoeren moet aan een aantal basisvoorwaarden zijn voldaan:


- één casemanager volgt het gehele traject van een “case” op  (dwz dat hij ook de familieleden contacteert en eventueel later de personen met een secundaire besmetting).

- Er is nood aan een coördinatie, aansturing op een hoger niveau
- die casemanager moet beschikken over alle basisdata die al verzameld zijn
- brononderzoek kan slechts slagen als de indexpatiënt (of familie ervan) gemotiveerd wil meewerken aan een bevraging hierover.  Het is niet evident om de historiek van contacten in periode van 3-10 dagen geleden correct te reconstrueren. 


Dit gebeurt binnen een vertrouwensband tussen de IP en de bevrager. Die bevrager is best een goed opgeleide interviewer binnen een lokaal samenwerkingsverband. (betere kennis van wat er lokaal, regionaal qua aanbod aanwezig is; beter mogelijke inbreng  door lokale zorgverleners) 
Een exhaustieve bevraging (per dagdeel; specifiek genotuleerd) is erg tijdsintensief voor de casemanager en belastend voor de IP.

Het is slechts als in een ‘buitenshuis context’ er geen duidelijke bron naar voor komt èn de uitbraak opmerkelijk is qua omvang of omstandigheid, dat (op heden) een diepgaande, systematische bevraging zinvol is. 
Bv. 5-6 gezinsleden ineens (op 1-2 dagen) allemaal + testend en geen brongegevens.
Bv. 5 personeelslede
n kleinschalige kleuteropvang ineens (op 1-2 dagen) positief en geen brongegevens.
We verwachten dat bij een dalende incidentie het uitvoeren van een brononderzoek efficiënter kan verlopen. 

Vragen rond het lokale contact- en brononderzoek? 
Contacteer Dr. Jo Maebe via jo.maebe@telenet.be