In 2026 dienen de Vlaamse Eerstelijnszones hun meerjarenplannen '27 - '32 in. Op deze webpagina kan je een beknopte versie het gelopen proces en het eindresultaat terugvinden.
Wij danken alle partners die op één of andere manier hebben geholpen om de strategische koers van ELZ Kemp en Duin mee vorm te geven! Want dit alles doen we SAMEN.
Samen met onze partners nadenken over de toekomst van zorg en welzijn in de regio en ideeën verzamelen die input kunnen leveren voor het meerjarenplan 2027 – 2032. Aan de hand van een ‘Wereld Café’ werd input verzameld rond verschillende thema’s:
Alvorens we kunnen spreken over de afgelopen strategische doelstellingen en toekomstige focuslijnen kwamen er tijdens de brainstorm een aantal algemene aandachtspunten aan bod die de focuslijnen van een ELZ mee vormgeven.
Om goede focuslijnen te maken door en voor het netwerk is het belangrijk om kenbaar te zijn als ELZ. Je moet zichtbaar zijn en vooral ook een meerwaarde betekenen voor de personen op het terrein. Naast de signaal- en netwerkfunctie is het belangrijk om tastbare, concrete, voelbare acties op het terrein te creëren. De ELZ moet als het ware een merk zijn met een sterke marktpositie, dat loskomt van functioneren op het mesoniveau.
Er werden 3 grote thema’s gekozen die als belangrijk gezien worden als focuslijn voor de ELZ:
Het is algemeen geweten dat mentale gezondheid een groter wordend probleem is. Daarnaast is er niet altijd een duidelijk zicht op het aanbod en lijkt de drempel tot professionele hulp vaak te groot. De maatschappij speelt een grote rol in dit thema. Hoe kijken we als maatschappij naar mentale gezondheid en welzijn? Er zijn meer gevoelens van individualisme en eenzaamheid in de maatschappij. Liggen de verwachtingen en de lat niet vaak (te) hoog? Daar bijkomend zijn er de verwachtingen en de druk die volgt vanuit sociale media.
Mentale gezondheid en welzijn is een belangrijk thema binnen alle leeftijdsgroepen en doelgroepen van de bevolking.
Ondanks de stijgende cijfers mogen we niet in de val trappen van (over-)psychologisering van de maatschappij. Er is bijvoorbeeld nog een groot verschil tussen je een keer niet goed voelen en een depressieve toestand. En net daar liggen de kansen om preventief en laagdrempelig in te zetten op thema’s zoals veerkracht, zelfzorg, goed in je vel zitten, …
Als ELZ is het belangrijk om laagdrempelig in te zetten op thema’s zoals veerkracht, zelfzorg,… eerder dan het erg bekend maken van alle soorten psychologische hulpverlening. En dit binnen alle leeftijdsgroepen en doelgroepen van de zone. Het is ook belangrijk om de connectie te leggen met scholen rond dit thema.
De capaciteit binnen de ouderenzorg staat onder druk en is ook een steeds groter wordend probleem voor de (nabije) toekomst (vergrijzing en verzilvering). Daarnaast gaat deze discussie niet louter over de druk op de zorg. Dit is een discussie rond kwaliteit van leven, wensen van de patiënt, betrokkenheid van naasten, … De realiteit is dat er niet voldoende plek is/zal zijn voor iedereen binnen de ouderenzorg. De (maatschappelijke) focus dient daardoor te gaan naar ‘gezond blijven’ en preventie.
De ELZ kan vanuit deze focus het maatschappelijk debat mee op tafel leggen en inzetten op sensibilisering van het thema. Daarnaast kan een ELZ meewerken aan preventiecampagnes en de rol van Alivia in heel dit verhaal mee opvolgen. Bij dit alles moet ook voldoende focus zijn op ‘de kinderen van’ de oudere PZON.
Zowel professionals als burgers raken de weg in het aanbod kwijt. Er is enerzijds een enorm groot aanbod binnen zorg en welzijn en anderzijds is het zorg- en welzijnslandschap voortdurend in beweging. Het is niet perse noodzakelijk dat dit volledige aanbod voor iedereen kenbaar gemaakt wordt, maar de toegangspoorten tot verdere zorg moeten helder zijn. De ELZ kan hierin een rol spelen door deze toegangspoorten in kaart te brengen, partners te connecteren waar mogelijk en zichtbaar te maken voor professionals en/of burgers.
Naast toegangspoorten is het belangrijk dat professionals elkaar ook persoonlijk vinden. De ELZ kan hierin een rol spelen door in te zetten op doorgedreven lokaal samenwerken. Professionals moeten elkaar leren kennen om zo drempels weg te werken en te komen tot geïntegreerde zorg en warme doorverwijzing.
Algemeen kwam er aan onze thematafel het signaal dat we als actoren binnen de eerste lijn en als ELZ Kemp en Duin sterker moeten inzetten op connectie en communicatie. Binnen onze projecten mogen we vaker out-of-the-box denken en durven focussen. Door een project goed af te bakenen, een beperkte doelgroep te selecteren of door concreet in te spelen op een signaal op basis van data, wordt het mogelijk om partners vanuit een bredere invalshoek te betrekken. Op die manier kunnen we echt ontschotten en ontstaat er een meer gerichte en organische samenwerking. Hier werd het voorbeeld van Menos aangehaald.
Meerdere keren wordt vermeld dat samenwerking actiegericht moet zijn en dat we daarbij steeds vertrekken vanuit de vraag van de cliënt of patiënt. Er leeft ook de vraag naar een duidelijk overzicht van het aanbod en naar manieren om best practices onder eerstelijnsprofessionals breder te delen. Het idee van een opendeur-systeem kwam hier naar voren: het wegwerken van afstanden tussen partners, leren leren van elkaar en de drempel verlagen om hulp of informatie te vragen. Wanneer we zicht hebben op elkaars werking en initiatieven, vermijden we overlap en kunnen we volop inzetten op kennisdeling. Daarbij wordt benadrukt dat clusteroverschrijdend werken een belangrijke meerwaarde is. Ook het informele contact speelt hierin een cruciale rol: korte lijnen zorgen voor warme doorverwijzing.
De achterban ziet bovendien een blijvende rol voor onze eerstelijnszone in het sensibiliseren van de bevolking. Gezondheidsgeletterdheid bevorderen of burgers informeren over het correct gebruik van spoeddiensten en huisartsenwachtposten zijn daarvan concrete voorbeelden. Tegelijkertijd wordt de zone gezien als een belangrijke actor om signalen bottom-up terug te koppelen naar de overheid. Er klinkt de oproep voor de overheid om steeds meer de reflex te maken om zaken via de eerste lijn te laten uit te dragen.
Ook de evenementen van Eerstelijnszone Kemp en Duin kwamen ter sprake. Daarbij werd aangegeven dat de focus sterker mag liggen op netwerken en ontmoeting in plaats van op bijscholing of het overbrengen van vakkennis. Het organiseren van deze momenten bij partners, in het veld of op wijk-/regioniveau zou helpen om elkaar echt beter te leren kennen. Het blijft belangrijk om hierbij zowel professionals in organisaties, privépraktijken en zelfstandigen te betrekken, als ook vrijwilligers. Wat telkens wordt benadrukt, is dat de output van een evenement helder moet zijn en ook zo moet worden gecommuniceerd. Voor onze partners is dit een belangrijke motivator om deel te nemen. Idealiter kunnen zij na het event meteen aan de slag gaan met concrete inzichten of acties.
Tot slot werd het belang van communicatie nog eens onderstreept. Er mag meer zichtbaarheid komen rond de werking van ELZ Kemp en Duin: duidelijker aangeven welke projecten en samenwerkingen lopen en dit ook uitdragen op netwerkevenementen. Zo kan de betrokkenheid van partners versterkt worden. Door meer naar buiten te treden met onze werking en ons netwerk, vergroten we de kans om het engagement bij onze partners te vergroten.
In de regio Kemp en Duin zijn er diverse groepen die geen toegang hebben tot de ondersteuning waarop ze recht hebben, of deze ondersteuning niet (tijdig of volledig) krijgen.
Een eerste brede groep zijn mensen in (sociale) armoede, die vaak geïsoleerd raken en weinig contacten meer hebben. Ook mensen zonder papieren behoren tot de meest kwetsbaren. Deze groepen leven vaak in slechte huisvestingssituaties en dragen veel lasten op hun schouders. Hun statuut is vaak onduidelijk of precair.
Daarnaast is er de ‘tussengroep’: mensen met psychische, fysieke of financiële moeilijkheden die net niet in aanmerking komen voor hulp of net te veel verdienen. Ze proberen de schijn hoog te houden (“is niet voor mij”) en krijgen vaak geen ondersteuning.
Ook senioren zonder of met beperkte digitale vaardigheden vallen uit de boot. Ondanks initiatieven zoals de Digidokter, blijft het digitale aanbod voor velen ontoegankelijk. Dit verhoogt het risico op digitale uitsluiting en dus ook op sociale armoede.
Psychisch kwetsbaren, waaronder jongeren en ouderen met GGZ-behoeften, vallen vaak zonder hulp. Ze durven geen hulp zoeken of het probleem wordt niet (h)erkend. Er is vaak te weinig tijd genomen om de hulpvraag grondig te behandelen. Ouderen met psychische problemen worden zelden als doelgroep erkend; ze kampen vaak met verlieservaringen, middelengebruik of isolement.
Kinderen die uit huis geplaatst worden hebben een hoge nood aan professionele opvang, maar het aanbod is ontoereikend. Ook jongeren met mentale problemen hebben te maken met lange wachttijden en gebrekkige of verouderde informatie. Verdere bekendmaking rond het groepsaanbod ELP zou hier een mooie stap in betekenen.
Mensen zonder huisarts wijken vaak uit naar het spoed, wat wijst op gemiste aansluiting met de eerste lijn. Daklozen, mensen zonder vervoer en mensen die niet kunnen lezen of schrijven komen eveneens moeilijk aan hun rechten toe.
Mantelzorgers worden vaak niet erkend in hun rol, beseffen soms zelf niet dat ze mantelzorger zijn en krijgen weinig ondersteuning.
Ook ouders met een laag pedagogisch besef of gebrekkige gezondheidskennis vormen een risicogroep, zeker in het kader van preventie en opvoedingsondersteuning. Zo is er sprake van obesitas bij jonge kinderen: huisartsen signaleren slechte eetgewoonten, vooral in kansarme contexten.
Mensen met ‘onzichtbare problemen’ zoals eenzaamheid, isolement of psychische belasting, vallen eveneens uit het vizier van reguliere hulp. De toename van sociale media-gebruik, vooral bij jongeren, brengt ook zekere risico’s met zich mee.
Tot slot zijn er mensen die hun rechten niet uitputten of hulp niet aanvragen door schaamte, trots of onwetendheid. Niemand weet nog de weg, en het systeem is moeilijk te doorgronden.
De oorzaken hiervan zijn divers en interageren met elkaar. Er zijn structurele, culturele, systeemgebonden én persoonlijke redenen.
Structurele oorzaken zijn bijvoorbeeld de capaciteit binnen zorg en welzijn die daalt, terwijl de noden stijgen (verhoogde druk op het systeem). Hulpverlening is daarbovenop ook vaak complex georganiseerd, steeds meer gedigitaliseerd en vaak vraaggestuurd wat maakt dat er minder ruimte is voor een laagdrempelig, persoonlijk contact.
Daarnaast spelen huidige systeem- en beleidstekorten, zoals ontoereikende budgetten en overconsumptie van zorg ook zeker een rol. Een ander voorbeeld zijn de vele projectwerkingen met een tijdelijk karakter, zonder opvolging of concrete implementatie van de resultaten.
Een laatste element dat mee aan de oorzaak kan liggen zijn de persoonlijke en maatschappelijke factoren. Er is nog vaak sprake van onwetendheid of beperkte gezondheidsvaardigheden, wat de zoektocht binnen zorg- en hulpverlening kan belemmeren. Ook het ontbreken van een sterk netwerk of gemeenschapsgevoel dragen bij aan het niet vinden van de juiste ondersteuning. Persoonlijke elementen zoals eigen gevoelens (schaamte, trots,…), beperkte communicatievaardigheden, taal- en cultuurbarrières,… dragen bij tot onvoldoende rechtenuitputting en toegang tot nodige hulp.
De Eerstelijnszone Kemp en Duin kan een sleutelrol spelen in het verbinden, verduurzamen, zichtbaar maken en vereenvoudigen van zorg en welzijn, zonder alles opnieuw uit te vinden.
De ELZ moet mensen samenbrengen en verbindingen leggen tussen bestaande initiatieven. Het netwerken tussen professionals moet versterkt worden zodat zij elkaar als partners binnen zorg en welzijn kunnen vinden (warme doorverwijzing). Daarnaast kan de ELZ faciliteren in wijk- of buurtgerichte clusters, waarbij lokale besturen, welzijnsorganisaties en eerstelijnszorg structureel en laagdrempelig samenwerken. Op die manier fungeert de ELZ als moderator die puzzelstukken samenlegt in het gefragmenteerd landschap. Daarnaast kan de ELZ samenwerkingen op het terrein stimuleren en concreet maken.
Om samenwerking en verbinding te creëren is het belangrijk dat de zichtbaarheid van de ELZ stijgt. Door deze bekendheid kunnen events, samenwerkingen, overlegmomenten, … meer professionals bereiken wat op haar beurt zorgt voor sterkere connecties tussen professionals.
Verduurzaming en opvolging is een 3de belangrijke taak van de ELZ. Als er projecten zijn moet er een concreet resultaat aan vasthangen, dat we verduurzamen in de dagelijkse praktijk. Om dit te realiseren is het bijkomend van belang dat de ELZ proactief en datagedreven werkt. Door methodieken als populatiemanagement, omgevingsanalyses, proportioneel universalisme, .. toe te passen kan er op voorhand voldoende onderzocht worden welke projecten/acties/doelgroepen/… we voldoende concreet kunnen maken binnen onze zone.
Als laatste moet de ELZ haar signaalfunctie blijven vervullen. Zowel het geven van signalen richting de hogere overheid, als het geven van signalen naar en pleiten voor samenwerking tussen lokale partners is van belang. Hierbij is het belangrijk om te durven gaan voor de visie die de ELZ samen met haar partners voor ogen heeft.
Tot slot
De ELZ hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Wat telt, is nabijheid, eenvoud en continuïteit. Door de krachten te bundelen, aanwezig te zijn op het terrein en het bestaande beter te verbinden en zichtbaar te maken, kan de zone daadwerkelijk een verschil maken voor zij die vandaag nog uit de boot vallen.
Deze rol vraagt ook om een sterke, gedragen interne werking: duidelijke aanspreekpunten, gedragen werkgroepen en een gezamenlijk gevoel van eigenaarschap bij partners. De sterkte van de zone ligt in het samenbrengen van mensen: professionals, vrijwilligers én burgers. Korte lijnen, informele ontmoetingen en het delen van best practices maken samenwerking niet alleen efficiënter, maar ook menselijker.
Op 26 en 27 juni organiseerden we toekomsttafels om onze meerjarenplannen verder vorm te geven. We gingen dieper in op volgende strategische thema's=
Volgens de methodiek van dialoogtafels gingen we dieper in op impact van de doelstelling, te ondernemen stappen, goede praktijken en blikten we al kort vooruit naar concrete acties die hieronder kunnen vallen.
Een samenvatting van de resultaten kan je hieronder terugvinden!
Strategische doelstelling 1: De zorgraad faciliteert en stimuleert sterke lokale samenwerking om de doelstellingen en principes van Geïntegreerde Zorg en Ondersteuning (GIZO) concreet en duurzaam te realiseren binnen de eerstelijnszone.
Deze SD sluit aan bij de Vlaamse beleidsdoelstellingen, waarin Geïntegreerde Zorg en Ondersteuning (GIZO) de toekomst is van zorg en welzijn. GIZO is een gedeelde doelstelling van alle partners binnen het lokale netwerk en vraagt om sector- en organisatie overschrijdende samenwerking. De zorgraad neemt hierin een sleutelrol in het lokaal realiseren van de doelstellingen en principes van GIZO. De zorgraad faciliteert, ondersteunt en verstrekt de implementatie van de GIZO en fungeert als brug tussen het Vlaams beleid en de lokale verankering van geïntegreerde zorg en ondersteuning.
Binnen het meerjarenplan ’27 – ’32 zal ELZ Kemp en Duin haar implementatierol binnen de drie interfederale programma’s opnemen:
Vanuit de toekomsttafel kwam volgende, aanvullende input:
Binnen de programma’s van het interfederaal plan is het van belang dat de eerstelijnszones en hun taak voldoende gekend zijn. Daarnaast is het verbinden van professionals een belangrijk startpunt om te kunnen werken aan plannen rond geïntegreerde zorg.
Het in kaart brengen van het bestaande aanbod rond de 3 doelgroepen (perinataal, dementie en obesitas) is ook cruciaal om een lokale verankering van de interfederale plannen mogelijk te maken. Als laatste is het tijdig betrekken van de achterban en het brede netwerk een belangrijke uitdaging binnen de plannen.
Concrete, bijkomende acties vanuit zorgraad Kemp en Duin kunnen zijn:
Strategische doelstelling 2: De zorgraad blijft inzetten op de structurele verankering van preventie in de eerste lijn.
Als we spreken over preventie in de eerste lijn, willen we vooral de wachtlijsten in zorg en welzijn verminderen en voorkomen dat ze opnieuw oplopen. Het gaat om laagdrempelige en toegankelijke acties, liefst zo dicht mogelijk bij de mensen en tot op wijkniveau. Daarbij is er een bijzondere aandacht voor cultuurdiversiteit en voor groepen die we vandaag moeilijker bereiken.
Onze eerstelijnsprofessionals omschrijven preventie als een gedeelde verantwoordelijkheid, daarin is samenwerking tussen partners essentieel. We hebben het bijvoorbeeld over (kanker)screenings, de rol van de apotheken of verpleegkundigen bij bloedafnames voor diabetes, vroegtijdige zorgplanning voor burgers en hun context, valpreventie en de huisarts met een centrale rol in het detecteren van noden en het doorverwijzen naar bijvoorbeeld welzijnspartners of een specifiek groepsaanbod.
Tegelijk leeft het idee dat we zo snel mogelijk moeten inzetten op voorkomen. Preventie start best zo vroeg mogelijk in het leven. Daarbij ligt de focus op jonge mensen, waarin scholen een belangrijk rol kunnen opnemen. Denk onder andere aan gezondheidsdagen, educatie of initiatieven rond beweging en mentaal welzijn.
Tot slot wordt er aangehaald dat er al behoorlijk wat gebeurt rond preventie. De uitdaging ligt er vooral in om deze initiatieven beter te kennen, zichtbaar te maken en met elkaar te verbinden. Het is aan ons om die initiatieven samen te brengen, zodat ze elkaar kunnen versterken. In preventie geloven we 1 + 1 = 3.
Strategische doelstelling 3: De zorgraad bouwt verder aan een sterk, gedragen en professioneel organisatienetwerk dat partners op alle niveaus verbindt en lokale implementatie van het zorg- en welzijnsbeleid mogelijk maakt.
Vanuit de achterban wordt interprofessionele samenwerking gezien als essentiële hefboom voor betere afstemming en toekomstgerichte zorg. Er is een duidelijke ambitie om te evolueren van naast elkaar werken naar écht samenwerken, met focus op opportuniteiten. Sterke interprofessionele samenwerking begint volgens de signalen bij elkaar leren kennen en erkennen. Het gezicht achter een organisatie kennen, elkaar mogen aanspreken en laagdrempelig kunnen overleggen, worden als cruciale voorwaarden gezien. Ook de nood aan een duidelijk aanspreekpunt voor partners wordt hierbij expliciet benoemd.
Een eerste belangrijke stap is het in kaart brengen van het bestaande aanbod, niet vanuit het perspectief van diensten maar vanuit dat van de doelgroep, en het up-to-date houden van een toegankelijke Sociale Kaart van de regio. Zo ontstaat een overzicht van organisaties, hun werking en hun aanspreekpunten, waardoor professionals elkaar sneller kunnen vinden (“mensen vinden mensen”). Het zichtbaar maken van organisaties en hun aanspreekpunten verkort de doorverwijslijnen en versterkt samenwerking, bijvoorbeeld door het contact met huisartsen te verbeteren via een professionele telefoonlijn en een patiëntenlijn.
Om kennisdeling en zichtbaarheid verder te verbeteren, kan het organiseren van korte (online) infomomenten helpen waarin de werking van (lokale) organisaties binnen de regio worden toegelicht. Daarnaast kunnen gezamenlijke casusbesprekingen, intervisie en samenwerking rond inloop- of ontmoetingsplekken het vertrouwen tussen partners en kennisdeling bevorderen, wat bijdraagt aan een meer geïntegreerde aanpak.
Daarnaast vormt het dichter bij elkaar brengen van zorg en welzijn een belangrijke pijler. Thematafels en andere lokale overlegvormen creëren ruimte voor gezamenlijke afstemming en uitwisseling van expertise. Lokale verenigingen, organisaties en partners zoals de PZON alsook veldwerkers worden hierbij actief betrokken, via projectmatige clusters waarin partners rond een specifieke thema samenwerking en ieders rol en meerwaarde duidelijk wordt (“what’s in it for me”). Niet alle partners kunnen bij elk initiatief betrokken worden; daarom wordt benadrukt dat samenwerking doelgericht en themagericht moet zijn. Hier wordt duidelijk aangegeven dat er een groot engagement is vanuit jeugdhulp. Lokale netwerkmomenten en een jaarlijkse gezondheidsdag bieden professionals bovendien de mogelijkheid om “over het muurtje” van andere organisaties te kijken en rechtstreeks contactgegevens te verzamelen.
De uiteindelijke focus ligt steeds op de cliënt/patiënt en diens context: samenwerking moet leiden tot betere, meer afgestemde en geïntegreerde zorg, waarbij de noden van de cliënt centraal staan. Om dit verder te versterken, wordt aangemoedigd om waar nodig buiten bestaande kaders te werken. Daarbij is het belangrijk een duidelijke definitie te formuleren en de Vlaamse doelstellingen SMART te visualiseren en te communiceren, zodat acties concreet en meetbaar zijn.
Strategische doelstelling 4: De zorgraad realiseert een meerjarenplan dat gebaseerd is op een grondige analyse van de noden, behoeften en context van de PZON en tot stand komt via co-creatie met deze doelgroep.
Starten doen we met een opmerkelijke quote van één van onze deelnemers: Context is blijvend, hulpverlening is tijdelijk. Daarom is het essentieel om in zorg- en hulpverlening de intrinsieke motivatie, redzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van de personen met een bijzondere zorg- en ondersteuningsnood (PZON) aan te spreken. Tegelijk is het belangrijk om hun context me in rekening te brengen, want elke verandering bij de persoon heeft een impact op de mensen rondom hem/haar. In dit kader werd onder meer verwezen naar de Kindreflex. Het blijft een uitdaging om de prioriteiten van de cliënt of patiënt en die van de context zoveel mogelijk op één lijn te krijgen.
Daarnaast kwam duidelijk naar voren dat wij als zorgraad vooral signalen moeten capteren vanuit verschillende vindplaatsen. Dit kan via bestaande participatieplatformen, lokale initiatieven of buurtgerichte werking. Door verbinding te maken met wat er al is, kunnen we de stem van de burgers beter binnenbrengen en meenemen in onze acties.
Voor ELZ Kemp en Duin ligt er ook een rol in het meenemen van de eerstelijnsprofessionals in het belang van bereikbaarheid, toegankelijkheid en het inzetten van ervaringsdeskundigheid. Daarbij wordt een eenvoudige maar sterke reflex als voorbeeld gegeven: bij moeilijke gesprekken of boodschappen verwachten we dat mensen, waar mogelijk, een vertrouwenspersoon of iemand uit hun netwerk meenemen.
Tot slot werden er een aantal concrete knelpunten benoemd. Zo blijkt de stem van thuiszorgdiensten vandaag vaak te ontbreken aan zorgtafels. Daardoor is er soms weinig duidelijkheid over de doelstellingen voor thuiszorgteams en is het moeilijk om signalen door te geven of af te stemmen met andere betrokken professionals. Ook bij de overgang van ouderen vanuit de thuissituatie naar een woonzorgcentrum blijkt dat de afstemming en uitwisseling tussen professionals nog beter kunnen.
Strategische doelstelling 5: De zorgraad draagt bij aan een toegankelijk, transparant en afgestemd zorg- en welzijnslandschap.
Het creëren van een duidelijk overzicht van het lokale zorg- en welzijnslandschap is een belangrijke taak van de Vlaamse zorgraden. Daarnaast is dit een belangrijke basis om te komen tot geïntegreerde zorg en ondersteuning. Het hebben van een toegankelijk, transparant en afgestemd zorg- en welzijnslandschap is hierdoor een belangrijke doelstelling. Daarnaast is dit binnen ELZ Kemp en Duin een nood die sterk leeft binnen het brede netwerk (bottom-up doelstelling) en dus actie vraagt.
De beoogde impact voor professionals is transparantie van het landschap, betere samenwerking, elkaar kennen en elkaar waarderen. Dit wil ook zeggen dat een professional voldoende kennis heeft van het landschap om patiënten/cliënten correct door te verwijzen naar het gepast aanbod. Voor burgers wil dit zeggen dat zij enerzijds zicht hebben op hun eigen gezondheidsgegevens (Health Literacy) en anderzijds weten welke aanbod geschikt is voor hun zorg- of ondersteuningsnood. Het doel is dat zorg en welzijn als communicerende vaten functioneren en patiënten minder van het kastje naar de muur worden gestuurd. (Zet het kastje eens tegen de muur)
Om tot deze impact te komen worden drie tussenstappen geformuleerd. Eerst en vooral is het belangrijk om een inventarisatie van het landschap te maken. Hoe zit het landschap van zorg en welzijn (lokaal) in elkaar? Hierbij kan het ook interessant zijn om natuurlijke patiëntstromen in kaart te brengen: waar melden personen zich aan met welke zorg- en ondersteuningsnoden en waar gaan zij nadien naartoe? Het hebben van een overzicht van toegangspoorten/ centrale aanspreekpunten is hierbij ook van belang.
Een tweede stap is het verbinden van het landschap. Eerst moet het zorg- en welzijnslandschap elkaar en de toegangspoorten goed leren kennen, zodat de PZON en zijn/haar context in tweede instantie beter hun weg vinden. Het is de taak van de zorgraad om sterk in te zetten op onderlinge kennismaking van professionals uit zorg en welzijn (formeel en informeel, inhoudelijke kennismaking vs. persoonlijke kennismaking, brede doelgroep vs. specifiek, …). Bij deze tussenstap zijn termen zoals warme doorverwijzing, samenwerking, verantwoordelijkheid en elkaar waarderen belangrijk.
Een laatste stap is het inzetten op de PZON en zijn/haar context. Wegwijs in zorg en welzijn voor deze doelgroep begint bij het kennen van de eigen gezondheidsgegevens. Daarna is het belangrijk om hen voldoende te ondersteunen en juiste handvaten/tools te bieden om hun persoonlijke weg binnen het landschap te vinden.
Concreet vraagt dit acties zoals het nemen van verantwoordelijkheid binnen de sociale kaart. De zorgraad zet hierbij voornamelijk in op het stimuleren en sensibiliseren rond het up to date houden van de sociale kaart. Dit met een duidelijke verantwoordelijkheid bij zorg- en hulpverleners om de eigen informatie up-to-date te houden. Daarnaast is het verderzetten van de lokale netwerklunches een belangrijke actie. Ook het samenbrengen van partners rond concrete vraagstukken en het installeren van thematisch overleg is een concrete actie voor de zorgraad.
Voor de burgers is het belangrijk dat de zorgraad mee inzet op het verhogen van de gezondheidsgeletterdheid van de PZON en zijn/haar context. Dit via de website van de ELZ en nauwe samenwerking met partners zoals lokale besturen, digibanken, mutualiteiten, OCMW,… en met de GBO-gedachte in het achterhoofd.
Om het bovenstaande verder uit te werken en realiseren kunnen goede praktijken zoals lokale netwerklunches, steunpunt mantelzorg, brede vraagverheldering, (structureel) overleg (MDO, TGZ,…) inspirerend werken.
In de voorbereidende periode van het meerjarenplan is er op regelmatige tijdstippen informatie-uitwisseling geweest met de vijf lokale besturen in Eerstelijnszone Kemp en Duin. We kozen daarbij in eerste instantie voor individuele gesprekken waarbij onze voorzitter en coördinator in tandem in gesprek gingen met onder andere de schepenen van welzijn, diensthoofd sociale zaken en de gezondheidsambtenaren. Deze gesprekken vonden plaats tussen eind april en begin juni 2025. Het primaire doel was om de focuslijnen van het lokale bestuur zo helder mogelijk te krijgen. Daarnaast zagen we in deze afstemming de opportuniteit om bepaalde topics vanuit onze achterban op de agenda van het lokaal bestuur te zetten. Uit deze gesprekken konden we gelijkenissen in onze toekomstvisies vinden en ontdekken waarin we elkaar verder kunnen aanvullen en versterken.
De politieke actoren van de lokale besturen (Schepenen van sociale zaken en welzijn) nemen een actieve rol op in ons Bestuursorgaan. Daarnaast zetelen ze samen met de gezondheidsambtenaren ook in de Algemene Vergadering. Tot slot verwachten we van onze vier clusters een engagement binnen het Dagelijks Bestuur, waardoor het lokaal bestuur hierin ook vertegenwoordigd is.
Tot slot zorgden we ervoor dat er voldoende vertegenwoordiging was vanuit de lokale besturen op onze brainstormsessies rond de strategische doelstellingen (juni 2025) en operationele doelstellingen (februari 2026) van Eerstelijnszone Kemp en Duin.
Wat het topic preventie betreft, hebben we dankzij de Intergemeentelijke Preventiewerking een mooi, gedragen actieplan kunnen creëren voor de komende twee jaar. Dit plan kon tot stand komen dankzij nauwe afstemming en overleg met de Gezondheidsmakers, de vijf lokale besturen en de Eerstelijnszone Kemp en Duin. We definieerden in dit plan drie bovenlokale thema’s waarop we zullen inzetten: mentaal welzijn, gezond ouder worden en kinderen en jongeren met obesitas. Dat dit plan kon ontstaan met de steun van de vijf lokale besturen lees je in elk van de meerjarenplannen van As, Bree, Genk, Oudsbergen en Zutendaal. Deze drie thema’s zijn expliciet gekozen in samenspraak met de gezondheidsambtenaren van de vijf lokale besturen.
Door het nauwer samenwerken en het versterken van de contacten, kregen we in de afgelopen tijd enkele opportuniteiten om het lokaal sociaal beleid verder te ondersteunen. Waardoor we reeds de vruchten konden plukken om in co-creatie initiatieven op te zetten. Zo organiseerden we in het kader van een actuele uitdaging, de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, een vorming voor de huisartsenkringen in onze zone. Tijdens deze vorming gingen de huisartsen in gesprek met de Sociale Huizen en Dienst Maatschappelijk Werk van de Mutualiteiten om samen sterker te staan.