Strategische en operationele doelstellingen

Strategische en operationele doelstellingen

Strategische en operationele doelstellingen

Strategische doelstelling 1: Alle actoren engageren zich tot samenwerking binnen de buurt, in de zone en met andere eerstelijnszones om te streven naar een efficiënte en effectieve werking voor de zorgaanbieders
  • Het opmaken van een engagementsverklaring tussen alle actoren in de eerstelijnszone.

  • De werking van het Lokaal Steunpunt Thuiszorg (LST) waarbij vooropgesteld wordt om één keer samen te komen op kleinstedelijk niveau en drie keer op LST-niveau.

  • Het optimaliseren en verfijnen van interdisciplinair overleg en het faciliteren of oprichten van kringwerking.

Strategische doelstelling 2: De PZON krijgt correcte (niet foute), voldoende en verstaanbare informatie over het zorgaanbod.
  • Het in kaart brengen van het bestaand zorgaanbod, waarbij gebruik wordt gemaakt van het bestaand systeem de Sociale Kaart. 
  • Het geven van opleidingen aan professionals over de werking van de Sociale Kaart, waarbij de Sociale Kaart als werkinstrument bekend wordt gemaakt.
Strategische doelstelling 3: De PZON ervaart een continuïteit in zorg en ondersteuning in de verschillende levensfases (van preventie tot palliatie). We streven naar continuïteit op vlak van informatie, organisatie en persoon.
  • De actoren begeleiden de PZON gericht door naar het meest geschikte aanbod gekoppeld aan hun zorgnood/vraag, waarbij de samenwerking met het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) zich focust op uitgebreide vraagverheldering en gerichte warme toeleiding op de eerste lijn.
  • De zorgraad brengt kritische overgangsmomenten in kaart en gaat na welke modaliteiten nodig zijn om de kwaliteit van leven te garanderen bij de PZON in de eerstelijnszone, waarbij de komende vijf jaar de focus wordt gelegd op jongeren met mentale en psychische kwetsbaarheid.
  • De continuïteit verbeteren door feedback te vragen bij de PZON en bij de zorgaanbieders.
  • Bij meervoudige complexe zorg- en ondersteuningsvragen werken volgens de principes van zorgcoördinatie en casemanagement zoals uitgewerkt door de overheid.
  • Het delen van good practices rond de continuïteit binnen en buiten de eerstelijnszone (bv. het werken met brugfiguren)
  • Het verder bouwen op de good practices van SEL/LMN.