Tweede principiële goedkeuring eerstelijnszorgdecreet

  • 12 december 2018

Als u in de toekomst naar uw huisarts, psycholoog, welzijnswerker, kinesist of een andere hulpverlener gaat, dan zullen die u met meer onderlinge samenwerking en met meer inspraak van u en uw mantelzorger helpen. Dat zijn in een notendop de ambities van de hervorming van de eerste lijn. De Vlaamse Regering gaf vrijdag 7 december 2018 haar tweede principiële goedkeuring aan het basisdecreet dat deze hervorming op de sporen zet. Samen met landen als Zweden, Denemarken, Spanje en Schotland situeert Vlaanderen zich met de invoering van de eerstelijnszones vooraan in het peloton van de innovatieve zorgorganisatie van de eerste lijn. 

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Met dit eerstelijnszorgdecreet bepalen we hoe we in Vlaanderen de zorg organiseren die het dichtst bij de mensen staat. Wat gaat uw huisarts, uw apotheker, uw thuisverpleger, uw kinesitherapeut, uw psycholoog, uw welzijnswerker én nu ook uw lokaal bestuur doen om u de best mogelijke zorg te bieden en wat hebben ze daarvoor nodig? Dit decreet wil de zorg in Vlaanderen door meer samenwerking, expertisedeling en efficiëntie voorbereiden op de maatschappelijke en demografische uitdagingen van de nabije toekomst. In dezelfde beweging willen we de persoon met een zorgnood versterken, hem een stem geven én een centrale plaats bezorgen in de zorg- en welzijnshulp die rond hem opgezet wordt.”

Structurele samenwerking en kennisdeling, ook met de patiënt

Vooral door de vergrijzing kampen meer en meer mensen in Vlaanderen met langdurige en meervoudige zorgproblemen. Zij doen dan dikwijls een beroep op verschillende zorgverleners, sociale diensten en welzijnswerkers. Het nieuwe eerstelijnsdecreet zorgt ervoor dat voor elke patiënt in Vlaanderen al die verschillende zorgverleners telkens één hecht zorgteam vormen. Een team waarbij de zorgverleners elkaar kennen, hun kennis over de toestand en noden van de patiënt met elkaar delen en ook, meer nog dan vandaag, rekening houden met de wensen en mogelijkheden van de patiënt en zijn mantelzorger.

Het nieuwe decreet voorziet daarvoor onder andere een aantal nieuwe structuren die overal in Vlaanderen de zorgverleners dichter bij elkaar brengen en expertise laten uitwisselen.

  • Eerstelijnszone
    Voortaan zullen zorg- en welzijnswerkers nauwer met elkaar samenwerken en afspraken maken in zogeheten eerstelijnszones van één of een paar gemeenten groot. In totaal komen er 60 eerstelijnszones in Vlaanderen.
  • Zorgraad
    Elke zone krijgt een zorgraad met vertegenwoordigers van verschillende zorgdisciplines en de lokale overheid. Die zorgraad zal blijvend het initiatief nemen om de samenwerking in de zone te versterken.
  • Zorgplatform
    Op een hoger regionaal niveau komen er regionale zorgplatformen. Zij zorgen ervoor dat er voldoende expertise is voor minder alledaagse zorg, zoals palliatie.
  • Zorgcoördinator
    Bij de concrete samenwerking rond een patiënt kan in de meest complexe situaties een zorgcoördinator of casemanager de samenwerking stroomlijnen.
  • Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn

De expertise zal dus in elke zone toenemen, dankzij het uitwisselen van kennis en ook doordat de zones ondersteund zullen worden door een centrale expertiseorganisatie, het Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn.

schema eerstelijnsdecreet

Zichtbaar en deelbaar in een zorg- en ondersteuningsplan

De samenwerking en kennisdeling tussen zorgverleners en met de patiënt wordt tast- en zichtbaar in een digitaal en deelbaar zorg en ondersteuningsplan. Dat wordt een werkinstrument met bijvoorbeeld een agenda waarin elk lid van het zorgteam alles invult wat te maken heeft met de zorg en ondersteuning van de patiënt. Ook de patiënt zelf en zijn mantelzorgers schrijven eraan mee en krijgen dankzij het plan altijd een actueel overzicht van de zorg en ondersteuning. Het digitale plan zal verbonden zijn met de individuele zorgdossiers van de verschillende zorgverleners.

Concreet in de praktijk

Stel dat je vader of moeder aan dementie lijdt en de gezondheid erop achteruit gaat. Een ziekenhuisopname nodig en je zoekt thuishulp. Misschien heb je zelf als mantelzorger ook nood aan steun. Je stapt naar de huisarts. Wat betekenen deze hervorming en structuren dan voor jou?

  • De huisarts of een andere zorgverlener die jij aanspreekt, zal beter op de hoogte zijn van welke andere zorgverleners er in jouw regio zijn die de juiste expertise en ervaring hebben om je te helpen. Hij kent ze vaker ook persoonlijk. Hij en bijvoorbeeld jouw thuishulp zullen zo beter met elkaar kunnen afspreken over de nodige zorg. Ze houden elkaar op de hoogte van de behandeling, incidenten, vooruitgang, enz. Veel meer dan vandaag kent de zorgverstrekker ook de welzijnswerkers in jouw regio, zoals medewerkers van diensten maatschappelijk werk en CAW’s, zodat ook zij sneller betrokken worden.
  • Via zijn regionaal zorgplatform kent hij de weg naar de expertise van een regionaal expertisecentrum dementie, en vanuit het Vlaams instituut eerste lijn heeft hij al expertise in dementie en mantelzorg aangereikt gekregen.
  • Is er een ziekenhuisopname of -ontslag, dan is er een betere kennisoverdracht tussen het ziekenhuis en de huisarts en thuishulp.
  • Je zorgverleners hebben samen met jou een zorg- en ondersteuningsplan opgesteld. Daarin staan in een gemeenschappelijke taal de afspraken, behandelingen, taakverdeling enz. Verandert er iets aan de situatie of heb je zelf andere verwachtingen, dan wordt dat in dat zorg- en ondersteuningsplan opgenomen, zodat iedereen die betrokken is bij de zorg en hulp ervan op de hoogte is.

“De persoon met een zorgnood en de mantelzorger moet in dat hele verhaal de hoofdrol blijven spelen en zelf zijn verwachtingen en noden kunnen signaleren. Dat is – zeker voor mensen in kwetsbare situaties – niet altijd evident. Daarom voorzien we in dit decreet ook maatregelen om die persoon en de mantelzorger te versterken. Bij de meest complexe zorgsituaties kan een zorgcoördinator of casemanager mee waken dat er niet over het hoofd van de persoon met een zorgnood heen gewerkt wordt”, zegt Vlaams minister Jo Vandeurzen.

Lokale besturen als partner

Nog een belangrijke meerwaarde van dit decreet, is de sterke verankering van de lokale besturen in de eerste lijn. Zij zullen een belangrijke partner zijn in de zorgraden van de eerstelijnszones. De verbinding die lokale besturen zo krijgen met de zorg- en welzijnswerkers van hun regio, is essentieel om hun opdrachten te kunnen opnemen uit het decreet Lokaal Sociaal Beleid en vanuit hun rol in het ‘geïntegreerd breed onthaal’ (GBO). 

Vlaams minister Jo Vandeurzen: “Dit decreet is zonder meer een van de hoekstenen voor de zorg in Vlaanderen. Het gaat erom dat iedereen die in Vlaanderen te maken krijgt met zwaardere zorgproblemen, bij zichzelf of bij een naaste, zijn weg vindt naar de best mogelijke hulp en tijdens die hulp ook de controle over zijn levenskeuzes houdt. Voor onze zorgverleners biedt het meer ondersteuning, meer efficiëntie en kansen tot intensievere samenwerking. Uiteindelijk is het hun engagement en hun betrokkenheid bij de patiënten die deze hervorming zal waarmaken.”