Vaccinatie van jongeren van 12 tot en met 15 jaar met onderliggende aandoeningen

  • 29 juni 2021

De overheid heeft afgelopen week nu ook het licht op groen gezet voor de vaccinatie met het Pfizer-vaccin van jongeren van 12 tot en met 15 jaar met onderliggende aandoeningen.

Wanneer?

Half juni werd de inenting van de 16-17 jarigen met verhoogd risico op ernstige COVID-19 gestart. Een groot deel van deze doelgroep werd ondertussen reeds uitgenodigd voor vaccinatie in een vaccinatiecentrum.

Ondertussen werd na advies van de Hoge Gezondheidsraad en de Taskforce Vaccinatie beslist ook jongeren vanaf 12 jaar met bepaalde onderliggende aandoeningen te vaccineren. Aangezien tot op heden enkel het Pfizervaccin uitvoerig werd getest bij deze leeftijdsgroep, en voor deze leeftijdsgroep toelating heeft gekregen van het Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA), zullen al deze jongeren met dit vaccin worden ingeënt.

Ook binnen deze groep wordt er van oud naar jong gewerkt. Vanaf de dag dat de jongere 12 jaar wordt kan hij/zij worden uitgenodigd. De selectie van deze groep jongeren zal gebeuren door de behandelend arts-specialist/pediater voor jongeren die ten laatste op 1 september 2021, 12 jaar worden.

Risicopersonen. Over wie gaat het?

Het gaat om jongeren tussen 12 en 15 jaar, met een bepaalde aandoening (zie lijst hieronder) waarvan wetenschappelijk blijkt dat zij bij besmetting een groter risico hebben op een ernstig verloop van de ziekte, op hospitalisatie of zelfs op overlijden door COVID-19. Specifiek voor jongeren met een zeldzame aandoening wil men vooral aandacht schenken aan de groep waarbij de aandoening een impact heeft op cardiovasculair, respiratoir of neurologisch gebied.

Patiënten van 12 tot 15 jaar met:

  • Chronische nierziekten sinds minstens 3 maanden
  • Chronische leverziekten sinds minstens 6 maanden
  • Hematologische kankers (bv. leukemie)
  • Syndroom van Down
  • Transplantatiepatiënten (ook zij die op de wachtlijst staan)
  • Verstoord immuunsysteem d.w.z lijden aan immunodeficiëntie of gebruik van immunosuppressiva
  • Actieve HIV/AIDS
  • Sommige zeldzame aandoeningen (zie lijst Orphanet: https://www.orpha.net/consor/cgibin/Disease_Search_List.php?lng=EN).

Hoe worden de lijsten van de risicopatiënten opgemaakt?

Voor het opstellen van de lijsten met risicopatiënten worden de gegevens uit de dossiers van de behandelend arts-specialist/pediater en de huisarts gehaald.

Gezien de wet stelt dat jongeren volgens hun leeftijd en maturiteit bij de uitoefening van hun patiënten rechten betrokken moeten worden en de groeiende zelfstandigheid speelt, is de betrokkenheid van de minderjarige van groot belang bij de groep patiënten van 12 tot 15 jaar. Voor de jongeren ouder dan 15 jaar treedt het principe van de “medische meerderjarigheid” meer op de voorgrond.

Dit betekent voor de groep van 12-15 jarigen minstens dat ze gehoord worden na voldoende en correct geïnformeerd te zijn op niveau van het kind en er een consensus met de ouders wordt nagestreefd door de pediater of huisarts. Dit vindt ook zo plaats in de reguliere gezondheidszorg voor andere verstrekkingen (en vaccins).

Concreet stappenplan:

  1. De behandelend arts (arts-specialist/pediater) neemt zelf contact op met de jongere en zijn ouders (via email, telefonisch of tijdens een consult, ...) als de jongere tot de risicogroep behoort, om hen uit te nodigen voor overleg. 
  2. Zo nodig/nuttig kan ook de huisarts of een andere arts betrokken worden voor overleg met het kind en de ouders. Belangrijk is dat de betreffende arts het resultaat van dit overleg registreert in het dossier. De conclusie wordt helder vastgelegd, inclusief de toestemming van de ouders en de jongere. 
  3. De behandelend arts-specialist/pediater geeft het rijksregisternummer van de betrokken jongere die wil gevaccineerd worden door aan de referentie-pediater in het ziekenhuis (SPOC pediater). Deze kan dan via de ‘Corona Vaccination web app’ op het e-health platform, de individuele patiënt manueel toevoegen aan de vaccinatie code databank (VCD) op basis van het rijksregisternummer, zodat de jongere prioritair wordt opgeroepen voor vaccinatie. Deze toevoegingen aan de VCD zijn mogelijk vanaf 1 juli a.s. 
  4. Aangezien jongeren met het syndroom van Down niet altijd actief opgevolgd worden door een pediater, zal de huisarts – na overleg met de jongere en de ouders – het rijksregisternummer doorgeven aan een pediater om ook hen toe te voegen aan de risicogroep.
  5. De geselecteerde jongeren worden dan ingeënt in het vaccinatiecentrum nadat ze een uitnodiging ontvangen (tenzij ze vallen onder de uitzondering voor de personen die hun woning niet kunnen verlaten, en dus in aanmerking komen voor mobiele vaccinatie bij hen thuis).

Hoe kan je als jongere nagaan of je op de lijst van deze risicogroep staat?

Vanaf 1 juli kan je behandelend arts je als risicopatiënt (laten) toevoegen aan de VCD. Vooraf zal er een contact (elektronisch, telefonisch of via een consult) plaatsvinden tussen jou, je ouders/voogd en de arts om het belang van vaccinatie te bespreken zodat je op een goed geïnformeerde manier tot een beslissing kan komen waarin elke partij zich kan vinden.

We vragen je dus om met de eenvoudige vraag: ‘Sta ik op de lijst?’ niet zelf naar je huisarts of pediater te bellen. Zij zullen zelf contact nemen met jou als je tot de risicogroep behoort. Word je niet gecontacteerd door je behandelend arts tegen 12 juli? Je kan dat beschouwen als een goed teken. Het wil zeggen dat je niet tot de risicogroep behoort, en dat het risico op zware complicaties bij een besmetting met COVID-19 voor jou laag is.

Wat als je niet gecontacteerd wordt en toch een verhoogd risico loopt?

Er is dan een kleine kans dat je een risicopatiënt bent. Meen je dat je toch tot de risicogroep behoort en werd je niet gecontacteerd door je behandelend arts voor 12 juli? Neem dan zelf contact op met je behandelend arts-specialist/pediater. Deze kan je zo nodig altijd nog toevoegen aan de lijst met risicopatiënten, ook na 12 juli.

Waar vindt de vaccinatie van risicopatiënten plaats?

Het grootste deel van de vaccinaties zal plaatsvinden in een vaccinatiecentrum. Uitzonderingen hierop zijn de bedlegerige jongeren en/of jongeren onder strikte medische indicaties (bv. ernstige psychiatrische stoornissen, ernstige fysieke invaliditeit) en die nooit in staat zijn hun verblijfplaats onder normale omstandigheden te verlaten. Zij komen in aanmerking voor thuisvaccinatie door hun huisarts of door de mobiele equipe van het vaccinatiecentrum.

Indien je denkt in aanmerking te komen voor een thuisvaccinatie, contacteer je best je huisarts. Deze zal nagaan of je inderdaad een thuisvaccinatie kan krijgen (hierbij wordt eventueel ook met je thuisverpleegkundige overlegd), en indien dat zo is, regelt de huisarts in overleg met het vaccinatiecentrum de thuisvaccinatie. De meeste huisartsen zullen deze thuisvaccinaties zelf doen. Lukt dit niet, dan kan de mobiele equipe van het vaccinatiecentrum je komen vaccineren.