Dit is Louis Chabert, echtgenoot van Annette, vader van vijf kinderen en grootvader van twaalf kleinkinderen.
Hij is tien jaar met pensioen en is sinds enkele jaren actief in de Beerselse gemeenschap. Sinds bijna een jaar is hij ook vrijwilliger bij Mobitwin.
Vroeger heette dat de Minder Mobiele Centrale. Mobitwin klinkt mooier. Wij zorgen ervoor dat mensen met een laag inkomen en een beperkte mobiliteit kunnen blijven deelnemen aan het dagelijkse leven. Mensen die zelf, om een of andere reden, geen vervoer hebben en zich moeilijk kunnen verplaatsen, kunnen een beroep doen op Mobitwin via het Sociaal Huis. Zo heb ik er vandaag al twee vervoerd. Vanmorgen ben ik iemand gaan ophalen in Dworp om hem af te zetten bij Noah, het dagverblijf dat gelegen is naast De Ceder. Die mensen haal ik om 16.00 uur terug op. Daarna ben ik een koppel (waarvan de man 90 jaar is) dat in Ter Beuken (WZC) verblijft gaan oppikken en heb ik hen naar de kapper gebracht. Wanneer zij genoten hebben van een goede kappersbeurt, ga ik hen terug ophalen en breng ik hen terug naar Ter Beuken.
Dat is toevallig gekomen. Sonja Van Wanseele, onze schepen van Sociale Zaken, liet tijdens een seniorenraad horen dat Mobitwin nood had aan meer vrijwilligers. Ik dacht: “Dat zou ik eigenlijk ook nog kunnen doen.” En zo ben ik daarin getuimeld.
Als je een auto hebt en een rijbewijs, is het een aangename tijdsbesteding. Ik geniet van de sfeer in de auto, die toch heel vertrouwelijk is. De mensen zeggen wat ze willen. Sommigen maken van de gelegenheid gebruik om hun hart te luchten over heel uiteenlopende onderwerpen, anderen zeggen weinig tot niets. Dat maakt het plezant: elk vervoer is anders.
Van hier naar daar geraken is zoveel meer dan een verplaatsing.
Wij komen af en toe samen. Bijvoorbeeld vorige week, toen we uitleg kregen over verzekeringen: waarvoor zijn we verzekerd? Wat doen we in geval van een ongeval?
Eén keer per jaar worden we verwend met een etentje, waar we dan allemaal samen zijn. Het is een gezellige, sfeervolle vrijwilligersverwennerij. Samenwerken doen we niet, maar gezamenlijk zorgen we er wel voor dat veel mensen geraken waar ze graag of noodzakelijk naartoe moeten.
Zolang ik zelf niet begin te dementeren en nog vlot met de auto kan rijden, wel.
Ja, zeker. Ik spreek voor mezelf: toen ik met pensioen ging op mijn 65ste, heb ik bijna twee jaar in een dipje gezeten. Via het vrijwilligerswerk kreeg ik terug structuur in mijn dagen. Vrijwilligerswerk vind ik een heel goede zaak.
Ik ervaar waardering voor wat ik doe en behoud fijne contacten met de mensen. We kunnen elkaar helpen en dat doet deugd.
Ja, zeker. Nochtans voel je bij sommige mensen – de meeste niet hoor – dat ze wat verbitterd zijn door het leven, maar dat geeft geen negatieve weerklank. Misschien in tegendeel: je voelt je nuttig op zo’n moment. Een luisterend oor, een klein weerwoord, mensen even nabijheid laten voelen. Dat hoop ik althans.
Ik heb zo iemand die me vraagt om, terwijl ik zit te wachten, boodschappen te doen in de supermarkt een beetje verderop. Eigenlijk mogen we dat niet doen en mag die persoon dat niet vragen.
Dat toch doen, noem ik een kleine goedheid.
Een ‘kleine goedheid’ is voor iemand anders een ‘grote goedheid’ in betekenis.
Ik heb van in het begin aangegeven wanneer ik vrij ben.
Als ik me goed herinner, heb ik de hele maandag opgegeven, dinsdag-, woensdag- en donderdagochtend en vrijdagnamiddag. Afhankelijk van de vragen die binnenlopen bij het Sociaal Huis en in functie van onze beschikbaarheid, krijg je een mailtje: of je volgende week op een bepaald uur mensen kan ophalen en vervoeren.
Dat is toeval in het leven. Dat zijn zaken die je op je weg tegenkomt.
Het warme menselijk contact.
Ik fiets liever, maar daarmee kan ik het vervoer niet doen. Door mensen te vervoeren kom ik op plekken waar ik anders niet binnenkom.
Zo is er in Huizingen een kapper waar ik heel regelmatig mensen naartoe breng. Die heeft me al eens uitgenodigd om binnen te wachten als het kouder is. Ik ben dan eens binnen gaan zitten en had daar ook een leuke babbel. Dat is tof, echt wel. Maar meestal zorg ik enkel voor een comfortabel transport, zodat ze hun privacy behouden. Van sommige mensen denk ik: “Hun haar ligt eigenlijk wel tiptop”, maar dat is mijn zaak niet. Die mensen gaan al 20 jaar bij hun kapper en zo kunnen ze dat nog vele jaren blijven doen.
Ja, dat kan. Het verste voor mij is het Academisch Ziekenhuis Erasmus.
De grootste moeilijkheden zijn twee zaken:
Omdat we riskeren opnieuw met te weinig vrijwilligers te zitten. We moeten er samen voor zorgen dat iedereen zo lang mogelijk kan deelnemen aan het maatschappelijk leven.
Wat ik nu doe voor iemand anders, zal later misschien iemand voor mij doen. Je kan mensen helpen met een kleinigheid.
Van hier naar daar geraken is zoveel meer dan een verplaatsing.
Bedankt Louis voor jouw tijd!
- Tekst: Lene Cooman
Meer info over Mobitwin
Terug naar 'Internationaal vrijwilligersjaar'