Het verhaal achter vrijwilligers Pol en Jean-Pierre

Vrijwilligers

Deze keer zocht Lene het Rode Kruis op voor een interview met enkele bijzondere vrijwilligers. Pol Lots en Jean-Pierre De Starcke, vrijwilligers bij het Rode Kruis Beersel.

Het Rode Kruis is een humanitaire organisatie die hulp biedt aan mensen in nood. Vrijwilligers zetten zich dagelijks in voor eerste hulp, bloedinzamelingen, rampenopvang en medische ondersteuning tijdens evenementen en activiteiten. Met hun inzet, opleidingen en teamwerk staan zij klaar om mensen te helpen wanneer dat nodig is.

Hoe kwamen jullie daar terecht?

Pol: Destijds heb ik een cursus gevolgd van het Rode Kruis, die werd gegeven door Albert De Bot van de afdeling Dilbeek. Toen ik mijn brevet kreeg, hebben ze me gevraagd of het me niet zou interesseren om die kennis ook te gebruiken. Ze zochten in de omgeving van Sint-Genesius-Rode mensen om mee een hulpdienst van het Rode Kruis op te richten. Tot dan toe deden zij enkel bloedinzamelingen. Ik zei ‘ja’ omdat het mij interesseerde en zo werd ik (in 1976) de oprichter van de hulpdienst van het Rode Kruis Rode, met als werkgebied Sint-Genesius-Rode, Linkebeek, Drogenbos, Alsemberg, Dworp en Beersel. Nu zijn we 2026 en dat bestaat nog altijd.

50 jaar later ben je er nog steeds.

Pol: Ja, dat is zeer snel uitgegroeid tot iets groters. Ik zat daar zelf achter, ik wilde graag lesgever worden. Sinds ik mocht lesgeven, kon ik andere mensen motiveren. Je zaait en je oogst. En we kunnen, doorheen de jaren opgebouwd, nu rekenen op een 30-tal vrijwilligers. We hadden ook een permanentie ‘ziekenwagen’ tot eind jaren ’90. Toen heeft het Rode Kruis beslist de ambulancediensten te groeperen. Ze hebben onze ambulances geschrapt en de hele ambulancedienst naar Halle verplaatst. Ik ben toen afgehaakt om praktische redenen. Wij zijn niet meer herbegonnen met lokaal ziekenvervoer.

Jean-Pierre, hoe werd jij vrijwilliger bij het Rode Kruis?

Jean-Pierre: Ik was altijd veel bezig met de jeugd en sport en ik dacht dat een cursus EHBO mij wel van pas zou kunnen komen. Maar… ik had er eigenlijk geen tijd voor. Toen ik publiciteitsborden zag over een cursus in Alsemberg, heb ik tijd gemaakt om de lessenreeks te volgen. De cursus duurde drie maanden, gevolgd door een examen. Ik wilde heel graag iets doen met die verworven kennis. Ik sprak Pol aan (voorzitter van de afdeling): “Pol, geef me werk, laat me iets doen.” Pol begreep me meteen. Nadien heb ik nog twee cursussen gevolgd, waarvan de laatste over sportletsels ging. Zo heb ik binnen het Rode Kruis mijn plaats gekregen.

Wat is voor jou de meerwaarde?

Jean-Pierre: Het positieve is dat je mensen kan helpen en mensen zijn dankbaar omdat je hen kan helpen. Dat is het leuke eraan, wij schrikken geen mensen af. Als mensen onze uniformen zien, dan is dat om te helpen. Tijdens activiteiten en evenementen kunnen de mensen naar ons toekomen, waardoor ze niet naar de dokter (of wachtpost) moeten gaan. Zo kunnen we mensen helpen.

Pol: Voor mij is dat ook zo. Wij krijgen er geen geld voor. Je doet dat omwille van de dankbaarheid die je terugkrijgt van de mensen. Als je iemand geholpen hebt, voel je zo de warmte, een warmte die “dank u” overbrengt. Dat doet zoveel deugd. Het is een hobby en een hobby doe je met een bepaald doel: dat je je goed voelt bij wat je doet. En om je goed te voelen, heb je inspanningen nodig. Er zullen dagen zijn dat het eens tegensteekt. Soms vraag je je af: “Wat doe ik hier?” Zoveel opleidingen gevolgd die je niet kan toepassen. En enkele keren per jaar heb je dan toch die voldoening: “Hiervoor heb ik het gedaan.”

Als je iemand geholpen hebt, voel je zo de warmte, een warmte die “dank u” overbrengt.

"Hiervoor heb ik het gedaan", wat houdt dat dan in? Wat is eigenlijk jullie taak? Mensen helpen, maar hoe?

Wij worden gevraagd door organisatoren van evenementen, activiteiten, sportwedstrijden … Dat zijn organisaties of overheden. Waar veel volk samenkomt, bestaat altijd het risico dat er letsels of ongemakken optreden bij aanwezigen. Wij staan dan paraat mocht er iets gebeuren. Bij sommige evenementen is dat risico waarschijnlijk groter dan bij andere. Zo is bij een samenkomst van senioren het risico op sportletsels klein, maar als er iets gebeurt, zijn we toch altijd op het ergste voorbereid. We staan klaar voor iedereen, jong en oud!

Werken jullie samen met andere vrijwilligers?

Ja, we gaan nooit ergens alleen naartoe. We staan altijd met minstens twee personen paraat en gewoonlijk met drie. Zo leer je elkaar beter kennen en ervaar je ook wie waar de touwtjes in handen neemt. Ik heb een collega, een fantastische hulpverlener, maar blaren prikken doet hij absoluut niet graag. Wel, dan doet iemand anders dat. Wij vullen elkaar aan, waardoor wij eigenlijk als ‘Rode Kruis’ mensen gaan helpen en niet als individuen. De filosofie die we hanteren in onze afdeling is dat we als groep klaarstaan voor de mensen.

Toch zien de burgers ons niet altijd als groep. Soms kom je iemand tegen en die spreekt je aan: “Jij hebt dat daar voor mij gedaan.” En dat is plezant om te horen. Je doet het niet daarvoor, maar het geeft toch ergens die stimulans om voort te doen. Waardering geeft energie, positieve energie, en dat doet deugd.

Ervaren jullie ook van ergens anders een bron van waardering?

Zeker, van de organisatoren. Die zijn op dat moment met zoveel andere dingen bezig en hebben heel wat andere zorgen. Zij zijn blij en opgelucht dat het Rode Kruis de medische zorgen tot een goed einde brengt. Ook de overheden zijn tevreden. Als zij vragen om ergens stand-by te staan, weten zij dat ze een stevige en betrouwbare partner hebben.

De vrijwilligers starten bij jullie met een cursus, wat daarna? Mee de baan op?

Elke vrijwilliger start met een opleiding EHBO (eerste hulp bij ongevallen). Maar daar stopt het niet. Je moet om de vijf jaar toch een heel pakket aan bijscholingen gevolgd hebben om verder te mogen vrijwilligen. Als je bij het Rode Kruis komt, wordt er wel wat engagement gevraagd. Dat is niet om olé olé te spelen en in dat uniform rond te lopen. Je moet daarnaast ook leren samenwerken, het materiaal leren gebruiken, je eigen beperkingen leren kennen. Dit kunnen en mogen wij doen en dat is een taak voor het ambulancepersoneel, verpleegkundigen of artsen. Ook deze beroepsmensen sluiten soms aan als vrijwilliger bij het Rode Kruis.

Zijn de opleidingen betalend?

Neen, alle opleidingen zijn gratis. Het Rode Kruis draait op voor die kosten: opleidingen, eten en drinken, aankoop van materialen, enzovoort. Sommige kosten worden mee aangerekend aan de organisatoren van de evenementen. Van de gemeente krijgen we onze lokalen gratis ter beschikking.

Iedereen kent jullie actie stickerverkoop...

Dat is een gevestigde waarde geworden. Ook onze eetkermissen organiseren we om geld in te zamelen. Denk maar aan voertuigen, die kan je moeilijk doorrekenen aan de organisatoren. Voor een noodpost vragen we 280 euro. Een noodpost wordt bemand door drie à vier mensen. Zij doen dit volledig gratis.

Hoe zou je anderen motiveren om dit vrijwilligerswerk op te nemen?

We ondervinden wel dat dat moeilijk is. Ik geef les, lokale cursussen. Door de inhoud van de cursus en de positieve sfeer die er heerst, hopen we steeds wat vrijwilligers aan te trekken. Zo komen er per jaar een drietal mensen bij. Maar je hebt ook vrijwilligers die afhaken. Als een jonge deelnemer de ware liefde tegenkomt, dan is hij of zij weg. Bij anderen verandert de gezinssituatie, ze verhuizen of hebben een andere job. Die mensen zijn we dan ook kwijt.

Hoeveel tijd besteden jullie ongeveer per week aan de werking?

Dat beslist iedereen voor zichzelf. Je bent vrij te kiezen hoeveel tijd je wil besteden aan het Rode Kruis. Waar je niet vrij in bent, zijn de opleidingen. Een minimaal aantal opleidingen is verplicht. Verder bepaalt iedereen voor zichzelf of je deelneemt aan preventieve hulpacties of eerder sportevenementen, seniorenfeesten, festivals, jaarmarkten, de bloedinzamelingen (zo’n 16-tal per jaar) … Daar zijn de vrijwilligers ter plaatse om de bloeddonoren te verwelkomen, afspraken op te volgen, de locatie gereed te maken, een drankje aan te bieden na de bloedafname en te helpen opruimen. Iedereen geeft zelf zijn voorkeur op en daar houden we als organisatie zeker rekening mee. De ene is al wat meer beschikbaar dan de andere.

Wat is jullie motivatie om dit te blijven doen?

De dankbaarheid die we krijgen en ervaren van de mensen die je geholpen hebt. Dat is de reden om door te gaan. Ook de sfeer onder de vrijwilligers en de teamspirit.

We hebben het hier vaak gehad over lichamelijke letsels, maar wat mij nauw aan het hart ligt, is de geestelijke gezondheidszorg. Hebben jullie daar ook interventies?

Absoluut. Dat zit ook in onze basisopleiding en vorming in verband met GGZ is zeker een verplichte bijscholing. Binnen het Rode Kruis is ook een grote component GGZ. Er is de DSI (Dienst Sociale Interventie), bestaande uit beroepsmensen qua opleiding. Ze zijn wel vrijwilliger bij het Rode Kruis en worden dus niet betaald, maar om binnen deze dienst actief te mogen zijn, moet je een opleiding genoten hebben. Sociale hulpverlening gaat van hulp bieden bij het terugvinden van mensen tot ondersteuning bij rampen. DSI komt heel vaak tussen wanneer er grotere rampen gebeuren. Mensen kalmeren, vertrouwen winnen en de hulpvragers niet loslaten. Het Rode Kruis heeft een positief imago opgebouwd en mensen vertrouwen daarop.

Kunnen jullie kort iets vertellen over de structuur van het Rode Kruis?

Kort? Oei, oei, oei. Daar wil ik in dit interview niet verder over uitwijken. Net als België is ook deze structuur te complex om eventjes kort samen te vatten.

Hoeveel vrijwilligers zijn er in jullie afdeling?

Een 55-tal. Het Rode Kruis: vrijwilligers die erkend en herkend worden.


Mensen zoals Pol en Jean-Pierre die vaak klaar staan voor andere mensen. Onmisbaar op vele festiviteiten en activiteiten. Een langdurig sterk engagement waar we allemaal van kortbij of veraf door geholpen werden. Dank jullie wel.



- Tekst: Lene Cooman


Meer info over het Rode Kruis