De afspraak met mantelzorger Gudrun moest uitgesteld worden omdat Gudruns moeder plots ziek werd. Meteen al een heel herkenbare situatie voor veel mantelzorgers: hun planning wordt vaak doorkruist door onverwachte gebeurtenissen. De nieuwe afspraak kon wel doorgaan en zo maakten we kennis met Gudrun en het mantelzorgverhaal van ouders.
Ik ben Gudrun. Sinds enige tijd ben ik met pensioen. Ik heb twee kinderen en vijf kleinkinderen en ik ben mantelzorger voor mijn ouders, die allebei in de negentig zijn en nog thuis wonen. Ze krijgen ondersteuning van verschillende diensten: er is de poetsdienst, huishoudhulp en thuisverpleging en de huisarts, kinesist en pedicure komen op regelmatige basis.
Mijn moeder heeft Parkinson, mijn vader heeft mobiliteitsproblemen na een heupfractuur. Mentaal zijn ze goed, maar de wereld verandert snel en nieuwe dingen aanleren gaat steeds moeilijker. Mijn ouders waren hun hele leven zelfstandige ondernemers. Zelfstandigheid zit in hun identiteit. Ze proberen nog zoveel mogelijk zelf te doen, en daar zijn ze trots op. Hen helpen is niet altijd eenvoudig. Zeker mijn moeder kan door haar Parkinson erg vasthoudend zijn.
Het zorgen is er stap voor stap ingegroeid. Het begon met meegaan naar doktersafspraken: mijn moeder vroeg dat omdat ik de uitleg beter begreep. Intussen deed ik dan wat kleine werkjes in huis en bespraken we allerlei zaken. Mijn broer en zus zijn er op een gelijkaardige manier ingerold. Mijn zus door medicatie klaar te leggen, mijn broer met klusjes.
Maar hoe meer zorg er nodig was, hoe meer afstemming nodig werd. Vandaag hebben we duidelijke afspraken:
Om dit alles te stroomlijnen hebben we regelmatig overlegmomenten. Dit zijn de agendapuntjes van deze week:
Zeker weten. Enerzijds is er de coördinatie tussen ons, de kinderen. De zorg kan soms zwaarder uitvallen voor de één dan voor de ander, door privéomstandigheden of door veranderde zorgnoden. Dan moeten afspraken bijgestuurd worden. Veel vrienden vertellen me dat er nauwelijks overleg is tussen broers en zussen, wat tot frustraties leidt. Ik zou het moeilijk vinden mantelzorg te doen zonder die samenspraak.
Anderzijds is er de opvolging van professionele zorgverleners. Ook daar zijn afspraken nodig: vervanging voorzien, ouders inlichten, afstemmen tijdens verlofperiodes… Dat vraagt tijd en wordt vaak onderschat. Het lijkt een beetje op het runnen van een huishouden: er is veel onzichtbaar werk.
Dagelijks springt één van ons bij onze ouders binnen en dat lukt omdat we allemaal dichtbij wonen. Zo horen we hoe de dag verlopen is en wat extra aandacht vraagt. We overleggen via ons WhatsAppgroepje wanneer nodig.
Door de toenemende zorg is er minder tijd voor gewoon sociaal contact: eens rustig praten, verhalen delen, gewoon weer even ‘kind van’ zijn. Dat is een valkuil in mantelzorg. Door geregeld kort binnen te springen, proberen we dat te bewaken.
Wat mantelzorgers écht helpt? Eén vast aanspreekpunt dat je situatie mee opvolgt.
Vanzelfsprekend. Meestal haalbaar. Balancerend. Zwaar. Overweldigend… Ik herken ze allemaal. Het varieert van periode tot periode, soms zelfs van dag tot dag. En het verschilt ook tussen ons drieën. Als alles goed loopt voelt het vanzelfsprekend dat we voor onze ouders zorgen. Ze zorgden goed voor ons, wij doen dat nu voor hen. Maar zelfs in rustige periodes vraagt het veel tijd.
Toen papa laatst zwaar gevallen was, steeg de zorglast plots enorm. Dan voelt het overweldigend. Je wordt geconfronteerd met vragen over de toekomst: hoe zien wij het, hoe zien onze ouders het? Wat zijn onze grenzen, en hoe spreken we daarover? Elk van ons heeft ook een eigen leven: job, gezin, hobby’s, kleinkinderen. Daar moet ruimte voor blijven. De verantwoordelijkheden die je meedraagt: nadenken, anticiperen, plannen verzetten, afwegen of je iets zelf doet of hulp vraagt... het vraagt veel tijd en mentale ruimte. Dat wordt soms onderschat.
Door mijn broer en zus zeker. Maar het is niet vanzelfsprekend om ineens weer zo nauw op elkaar betrokken te zijn als volwassenen die al lang elk hun eigen leven leiden. Ook vrienden geven steun. Ik kan mijn verhaal kwijt en zij bieden vaak een frisse kijk. Steun geeft energie, net als de tevredenheid van onze ouders en een goed overleg.
Wat mij hoopvol stemt: de groeiende bespreekbaarheid van kwetsbaarheid. Alles begint bij kunnen praten.
Besparingen in de zorg, een vergrijzende bevolking en het schrijnend gebrek aan een brede beleidsvisie rond ouderenzorg baren me zorgen. Hoe zal er voor ons later gezorgd worden? Sociale diensten van mutualiteiten doen veel goed werk, maar zijn overbevraagd en minder bereikbaar geworden.
Wat mantelzorgers volgens mij écht zou helpen:
Vooral jonge mantelzorgers zouden hier bijzonder veel aan hebben.
Wat mij hoopvol stemt: de groeiende bespreekbaarheid van kwetsbaarheid. Alles begint bij kunnen praten.
Coördinatie van zorg is belangrijk. Wij zijn met drie kinderen én professionele diensten, en goede afspraken voorkomen wrijving en misverstanden. Het maakt de samenwerking efficiënter en beter voor de onderlinge relaties.
Elke mantelzorgsituatie is anders. Elke mantelzorger ook.
Bedankt Gudrun om jullie inspirerende verhaal openhartig met ons te delen!